"Annies"

                          

Annies 1      1986 - 1990

 Annies 2      1990 - 2000

 Annies 3      2000 - .....

 

De naam Annies is in 1984 ontstaan toen wij onze eerste kajuitzeilboot kochten. Varend in Friesland, indertijd nog zonder mobieltjes, wilden we een duidelijke herkenbare en een voor ons betekenisvolle naam hebben op ons schip. De AN komt van de moeder van Aite, n.l. Annetje en de NIES komt van de naam van Pieters moeder, Niesje.

Ziedaar, de naam Annies. In onze achtertuin lagen nog de Annieske en de optimist Nieske is geschonken aan de zeilschool "Krekt Sailing" van onze kinderen en de Annieske hebben we weggegeven aan een clubgenoot van de PZV.

 

Pieter en ik varen sinds onze jeugd.

Toen wij elkaar in 1976 leerden kennen ( beide als zeilinstructeur op Krekt oer't Wetter in Uitwellingerga) had Pieter zijn boot op het Nieuwe Meer bij Amsterdam liggen en mijn 16m² lag in Grou, Friesland. Twee boten ver weg van onze woonplaats werkt dus echt niet. We stortten ons op een nieuwe uitdaging, het windsurfen. Na veel wedstrijden meldde zich een baby aan en moesten we de toekomstige vaarplannen aanpassen. Anderhalf jaar na Femke kwam Sjoerd en met twee kinderen in de luiers besloten we voor enig comfort te kiezen, een stacaravan bij Terhorne. 

 

Drie jaar aan de wal in een stacaravan met zicht op het Sneekermeer met een zeilbootje, roeibootje en surfplanken erbij was genoeg.

 

De caravan verdween gelukkig en we kochten onze eerste Annies. Dit was een Tornado, een 25 voets  kajuitzeiljacht, waarmee we veel ervaring heeft opgedaan.  We waren supertrots op ons eerste "Jacht"!

Deze boot was uitgerust met een Vire benzinemotor en om te voorkomen dat je een benzinedampexplosie kreeg bij het aanslaan van de motor moest, voor het starten eerst de motorruimte geventileerd worden. Verder had de motor wat kuren. Wanneer we een tijd op de motor gevaren hadden en we minderden gas als we bij een brug of sluis kwamen dan sloeg hij vaak af.

Natuurlijk gebeurde dit wanneer we b.v. bij de sluis van Stavoren moesten wachten, met ZW op de kont. (hopelijk heeft niemand ons toen ooit gezien!!)

We moesten dan eerst de motor weer starten voordat we achteruit konden slaan. Gelukkig ging dat meestal goed. Verder was deze boot slecht geïsoleerd waardoor bij een regenbui de condensdruppen aan het plafond en de wanden van de kajuit hingen. Er waren ook wat kleine lekkages maar we hebben met deze eerste Annies alle hoeken van de Friese meren gezien.

 

                                                      

 

 

De boot groeide mee met de kinderen (of andersom) en de tweede Annies, een Fellowship 28 werd in 1990 gekocht. Een Fellowship is ondertuigd, heeft 1.20m diepgang en is solide en zwaar. Het ondertuigde karakter was een goede keus want de nog kleine kinderen hadden niet veel houvast in vlagerig weer. De grote tafel, waar met regenachtig weer lekker met lego kon worden gespeeld, was een fijne aanwinst.

Later met een optimist erbij werden de vakanties alleen maar leuker.

De eerste keer dat je een kind alleen ziet wegvaren is een moment om nooit te vergeten. Trots en tegelijkertijd ook bezorgt.

 

Met onze Fellowship zijn we voor het eerst de Wadden op gegaan. Zout water en stroom. Hoe zou dat zijn. Onze eerste tocht naar Vlieland verliep anders dan het advies dat we van ervaringsdeskundigen hadden gekregen. We zouden met stroom mee moeten varen naar Harlingen en daar wachten tot het tij keerde. Het was mooi weer en wij vonden dat het ook wel anders kon. Voldoende water onder de kiel en lekker zeilend met een goede wind maar stroom tegen liepen we Vlieland binnen. Deze eerste kennismaking met het zoute water heeft ons veel geleerd over hoe we om willen gaan met de zee. Ogen en oren de kost geven en goed luisteren naar anderen zijn prima zaken. Vervolgens maken wij onze plannen en varen we zoals wij vinden dat we het verantwoord kunnen doen. Dit leidt de ene keer tot uitvaren op een geheel aanvaardbare tijd, maar soms ook tot een wat eigenzinnig gedrag.

Het feit dat wij beiden kunnen zeilen en elkaar kunnen vertrouwen onder elke omstandigheid heeft een groot voordeel. Pieter en ik hebben redelijk wat zeilervaring, maar een flinke storm op zee proberen we te vermijden. Toch zijn we met deze 28 voeter meerdere keren naar Engeland geweest.

 

Na een aantal jaren werd de Annies steeds kleiner of was het zo dat de andere boten steeds groter werden? Met onze Fellowship werden we in de havens naar de hoek van "de kleine bootjes" gedirigeerd. De vloot op het IJsselmeer vertoonde een duidelijke groeispurt, geholpen door de aantrekkende economie. We constateren wel dat steeds meer mensen op zee gaan varen die ons inziens niet zeewaardig zijn. Bij grotere schepen met slechts vaak één goede zeiler aan boord, meestal de man, vragen we ons vaak af wat er gebeurt indien de schipper ziek wordt of in het ergste geval overboord valt. De regel: een schip is net zo zeewaardig als haar bemanning, gaat hierbij nog steeds op. Met onze Fellowship zijn wij dus vanaf 1993 naar Engeland gezeild. De kinderen konden de eerste jaren nog niet actief meezeilen, maar het zijn in Engeland vonden ze prachtig.

 

Twee zeilers (niet per sé twee schippers) op een schip is voor ons een voorwaarde om veilig te kunnen zeilen. We zijn het lang niet altijd eens maar elke, soms heftige discussie geeft ons meer inzicht in onze mogelijkheden.

 

 

Terug naar ons schip.

                              

Ook wij groeiden wat mee en kochten voorjaar 2000 onze huidige Annies, een Feeling 1040 (l.o.a. 10.65, breedte 3,60 en diepgang 1,80). We varen er nu voor het ...e seizoen mee. Deze Annies is een zeer goede zeilster die zich gemakkelijk laat leiden maar ze heeft  een eigen karakter. Zij voldoet aan de meeste eisen die wij stellen n.l. een stuurwiel (langere tijd sturen in zware omstandigheden), een negatieve spiegel met een klein platform (om iemand bij zijn kraag te kunnen pakken wanneer hij/zij in het water ligt), een ruime achterkajuit met een goed instap (maakt naar het toilet gaan 's nachts mogelijk zonder de ander wakker te maken). Dat er daarnaast een goede boiler is, een hetelucht kachel en een zeer ruime kajuit is mooi meegenomen.

Voor het eerste vaarseizoen hebben we bijna al het lopend want vervangen. Vallen, revenlijnen etc. waren te dik en stug en liepen slecht en met het vervangen van de leuvers van het grootzeil ging deze ook weer sneller omhoog en omlaag. Ook hebben we direct een high aspect fok laten maken. Voor ons allemaal zaken die vooral met veiligheid te maken hebben.

 

In 2001 kochten we na een zeer mistige tocht van Eastbourne naar Boulogne een radar. Midden in de shipping lane en dan nog zo'n 50 meter zicht maakt dat je je heel klein en kwetsbaar voelt. Gelukkig werden we Boulogne binnengeloodst door een ander schip met radar.

Onze JRC 1000 heeft op de mistige Ramsgatetocht van 2002 duidelijk zijn dienst bewezen.

Ook bij het oversteken naar Engeland met helder weer geeft hij precies aan hoever de verschillende schepen van ons af zijn en of ze voor of achter ons langs gaan.

Veiligheid staat bij ons nummer 1, 2 en 3 en elk jaar proberen we de Annies te verbeteren op dat punt.
We hebben de laatste jaren steeds meer aanpassingen gedaan.

Een Aries windvane en nu natuurlijk ook elektronische navigatie met een plotter en zelfs AIS.

 

 

Onze Annies ligt 's winters in Eindhoven op de wal.  We varen haar vroeg in het seizoen, via Rotterdam - IJmuiden, naar Enkhuizen naar onze vaste ligplaats in de Buijshaven.

 

 

 

 

 

 

Annies 1      1986 - 1990

 Annies 2      1990 - 2000

 Annies 3      2000 - .....