In 2008 was het plan, na de Driehoek Noordzee in 2007, om via Schotland, door het Caledonisch Kanaal naar de Orkney en Shetland eilanden te zeilen en dan via Noorwegen terug.

Door slecht weer in de vertrekperiode, zijn we via Denemarken naar Noorwegen gezeild. Boven Schotland bleven de lage drukgebieden hangen en in Noorwegen werd het mooi weer dus...............

Schotland in 2009?

Hieronder het reisverslag, zoals ik dat elke dag aan boord opteken.

 

 
29 april, de Annies gaat vandaag in het water. Het is gelukkig droog en alles gaat prima. De watertank, die de hele winter thuis is geweest en gerepareerd, lekt nog steeds iets, bij het vullen. Dan nog maar een jaartje met 1 tank van 120 liter.
Vanavond nog een keertje heen gereden, kussens, reddingsvlot gebracht en sprayhood erop gezet.

30 april, 325km naar Brouwershaven gereden om een nieuwe voorstag te laten maken. Gelukkig kan dat op Koninginnedag.
Morgen moet zijn profurl jasje er weer om geknutseld. De Aries windvaan staat nog gezellig in de huiskamer. De oxydatie blijkt ook op zolder door te gaan, dus diverse lagers moeten eruit. Een les voor de volgende winter; in het najaar alles uit elkaar halen.

13 mei, de eerste 14 dagen zitten erop. Via Vlaardingen, waar we de dodenherdenking op 4 mei bijwonen, IJmuiden richting Oudeschild. Even op bezoek bij Femke, onze dochter die woont en werkt bij het NIOZ op Texel. Het weer is prachtig. De voorjaarsvakantie begin mei met een dik hogedrukgebied in de buurt en twee prachtige Pinksterdagen tot besluit. Ik heb nu al meer kortebroeken gedragen dan in 2007.
Vandaag de kaarten opgehaald bij Datema, Amsterdam. En… een Epirb besteld.

5 juni, Na wat weekeinden aan de Annies gewerkt te hebben, moet het er nu toch maar van komen. Al hoestend en proestend (aangestoken tijdens een gezellig en leerzaam trim weekend, georganiseerd door de de PZV Zeezeilvereniging) verzamelen we thuis de laatste spullen bij elkaar. Wanneer we zullen vertrekken hangt dit keer niet af van de windmeter, maar van de koortsthermometer. Ik doe de laatste was en schenk de nodige alcohol (we gaan immers richting Noorwegen) over in plastic 2 liter melkpakken. Die gaan onder de vlonders, als voorraad voor de reis.


Het Vertrek
Vrijdag 13 juni moet onze vertrekdag worden. We hebben alle gribfiles nogmaals bestudeerd en zijn tot de conclusie gekomen dat het helemaal niet leuk is 2 tot 3 nachten tegen de wind in te moeten hakken met een temperatuur van 8 tot 15 graden en zo nu en dan een bui. Zomervakantie?
We besluiten richting Denemarken te gaan. Eerst even afwachten of het nog een beetje zomer wil worden, en gedurende die tijd rustig aan via de westkust van Denemarken naar het noorden varen. Ik merk dat ik nu toch wel echt oud wordt, maar vind het eigenlijk wel prima.
We gaan dus richting Lauwersoog en vinden eerst een mooi plaatsje in Sneek. We hebben de landvasten nog maar net vast en de telefoon rinkelt. Komen jullie vanavond gezellig bij ons eten in Oppenhuizen? Femke onze dochter en vriend Ebel. Ze komen ons met een half uurtje halen.
We hebben heerlijk gegeten en gezellig Nederland-Frankrijk gekeken. 4 – 1 (dat doen we normaal nooit, maar zo met z’n viertjes en een goed maal in je buik – puik!)

14juni. Door naar Leeuwarden, waar we in de Prinsentuin een rustige nacht hebben.Ook nog wat boodschappen gedaan. We tuffen door de Dokkumer EE, de "mooiste sloot" van Nederland en daarna via het Lauwersmeer richting Lauwersoog. Over een maand start hier de Camrace. Wij hopen dan al even in Noorwegen te zijn.

15 juni. Lauwersoog. Alweer internetverbinding, zodat we de laatste windplaatjes kunnen zien.
De verwachting is W tot NW 4-5 en later 3-4.
We verwachten in het Westgat redelijk hoge golven, tot 2 meter en daarna wordt het misschien wat minder.
Maximum temperatuur zo ongeveer 14 gragen, dus het in Noorwegen gekochte pak uit de tas getrokken. 100 mijl naar Cuxhaven vanaf Schiermonnikoog. We zullen zien wat het wordt.

17 juni. We zijn in Brunsbüttel. Even terugblikken hoe het ging!
De sluis in Lauwersoog (9.30) zat mee. Om 9.50 lagen we buiten en konden we met wind tegen en motor aan richting Plaatgat. De afgelopen 2 keer dat we hier waren was met de start van de Camrace. Nu met zo’n 5 schepen richting zee. Boven de eilanden was het prima zeilweer. Zoals gewoonlijk ontstaat er weer een discussie, alleen de fok (Pieter) en het grootzeil bij (ik). Ik verlies en in de loop van de volgende uren moet ik toezien dat we werden ingelopen door zelfs kleinere schepen met fok en grootzeil.
Bij Nordeney gaan de andere boten naar binnen en varen wij rustig door richting de Elbe. De golven van maximaal 2.50m zakken terug naar ongeveer 1.50. De eerste groene Elbe ton pakken we omstreeks 3 uur en de fok rollen we op. Er staat nog een fikse stroom tegen tot voorbij Cuxhaven. We moeten de dieselvoorraad behoorlijk aanspreken, maar leggen om 12.00 aan in Brunsbüttel. In de sluis worden we aangeroepen door de Cher. Vrienden van de PZV. In Brunsbüttel hebben de Duitse achterburen problemen met de motor. Pieter helpt hen de hele middag met het zoeken naar het energieprobleem, waarschijnlijk veroorzaakt door de toch nieuwe dynamo.

18 juni. Om 9 uur vertrokken richting Kiel. Mooi weer, dus de korte broek kan aan. Er varen veel grote schepen door het kanaal. Het lijkt erop dat door de gestegen olieprijzen meer en grotere schepen varen. Bij de uitwijkplaatsen moeten ze ook steeds wachten op tegemoetkomen verkeer, zodat we steeds met dezelfde schepen opvaren. Bij Rensburg lijkt het mij leuk eens een nieuwe haven te zoeken. We gaan linksaf en vinden in een klein haventje een prima plek. 8 euro incusief elektra. Met een geleende kar halen we diesel bij de tankstelle. Helaas voorspelt de weerman voor de volgende dagen wel wat slechter weer.

19 juni. Vandaag staan we op met iets meer bewolking en meer wind. We gaan eerst lekker douchen, maar onderweg naar de douche krijg ik een enorm verlammend gevoel in mijn linker kuit. Ik val bijna flauw van de hevige pijn en ga eerst even op de grond zitten. Gelukkig heb ik twee stokken aan boord en ik hoop dat de pijn met een uurtje wel weer weg zal zijn. Mis!! Er moeten wat flinke pijnstillers aan te pas komen om de pijn wat te laten zakken. We besluiten even af te wachten hoe het gaat en vandaag maar in Rensburg te blijven liggen. Met wat zon en enkele buien is het prima te doen. We wassen enkele kleren en doen wat boodschappen. Pieter besluit wat aandacht te geven aan onze autoradio, die dat niet echt op prijsstelde. Hij/zij reageerde met wat rook en gaf zicht definitief over. Conclusie: kapot!

20 juni.
Het Noord-Oostzeekanaal uitgevaren en door naar Maasholm. Lekker zeilen met gevarieerde wind van 5-7 beaufort.
 

Denemarken

21 juni. Een kleine 25 mijl gevaren. Zeker in het begin superzeilweer. High aspect met 2e rif. Liep als een trein.
Om ongeveer 14.30 een leuk haventje opgezocht. Fynshav. Net over de grens van Denemarken. Morgen verder en dan een leuke haven opzoeken wat maandag liggen we met 8 Bft verwaaid.

22 juni. Dat is dus År
Øsund.
Een klein plaatsje aan de kleine Belt. Met maximaal 10 knopen voor de wind naar toe gesukkeld. Een enkele bui en zeer matig zicht. In het haventje År
Øsund van zien we meerdere onweersbuien langs ons heen trekken. De radio geeft voor morgen 7-8. En…in Stonoway, Schotland,  is het 10 graden. Hier vandaag ruim 20!

23 juni. Verwaaid bij windkracht 8. We gaan met de bus naar Harderslev. Het is geen enerverende plaats, maar we houden het droog.

24 juni, We vertrekken richting Sams
Ø, met een prachtige 5-6 bft. Het gaat snel, maar bij de 2 bruggen over de Kleine Belt krijgen we tot zo’n 3 knopen stroom tegen. Door de stroomwervelingen in de gaten te houden en de binnenbocht te houden komen we er zeilend doorheen. Onze Duitse medezeilers moeten de motor bijzetten, terwijl ze maar 20 meter meer naar stuurboord varen. Door naar SamsØ, waar we om 17.30 aanleggen in een zeer hobbelende haven. Lange lijnen en extra stootwillen zijn geen overbodige luxe. Pieter maakt 's avonds nog wat foto's.

25 juni, De hobbel is weg en de wind ook. Naat het noorden wijst de boeg van de Annies, terwijl de motor rustig prutteld.
Gelukkig komt er om 13.00 wat wind, zodat we de gennaker bij kunnen zetten. Yes, om 17.00 aan de borrel!!

26 juni
Of ik word oud, of windkracht 3-4 is niet meer wat het geweest is. De hele dag zo’n beetje 5-6 terwijl de voorspelling 3-4 was.
Pieter wilde het 2e rif erin laten en dat bleek ook nodig te zijn.
Hals was redelijk te bezeilen, maar het laatste stuk toch best heftig. Een ander jacht zette al zo’n 8 mijl voor de aanloop van Hals de motor aan en ging met ingedraaide fok tussen de boeien tegen de wind in. Wij zeilen gewoon door en moesten op het laatst een slagje maken van een mijl.
We zijn zeker een half uur eerder in de haven.
Vanavond in de havenkroeg prachtige Schotse en Ierse muziek. Hebben we dat alvast gehoord, want ons doel blijft, naast de Noorse fjorden toch ook nog steeds Schotland.

27 juni. We varen een stukje noordelijke naar Sæby.

28 juni. Hoera, ik wordt vandaag alweer een jaartje ouder. 61 jaar! We willen proberen voorbij Skagen te komen en richting Noorwegen. Er is erg weinig wind, dus het is motoren geblazen. Bij het noordelijkste puntje van Denemarken blijkt de wind toch erg westelijk te staan en daarbij staat er ook nog een knoop stroom tegen.
We proberen nog een uurtje door te varen richting Hirthals. De golfhoogte neemt iets toe en we berekenen dat we dan vanacht om 12 uur misschien in Hirthals kunnen zijn. Dus zeker nog zo’n 6 uur varen.
We besluiten gewoon om te draaien en varen met de stroom mee en gennaker op richting noord-oost. Om 20.00 leggen we in Skagen aan.

29 juni. De wind zal een paar dagen west blijven, zodat Noorwegen nog even moet blijven wachten. Skagen is trouwens best aardig. In het weekend komen daat hele vloten boten uit Zweden en Noorwegen alleen om drank te kopen. De winkels dicht bij de haven verkopen dan ook alleen drank. Het is geen dronkemanspartij, al wordt er wel op een enkele boot een feestje gevierd.

30 juni, Gewoon verwaaid in Skagen. 6 – 7 beaufort in het Skagerak, maar hij stond toch al de verkeerde kant heen. We bestuderen de weerkaarten en vinden een goede website, waarop de stroom, golfhoogte en richting staat aangegeven, rekening houdend met de windrichting en snelheid.
Morgenochtend nog een keer verder kijken.

1 juli. Volgens de gribfiles kunnen we tegen het eind van de middag vertrekken. We heben nog een meningsverschil of het 15 uur moet worden of 17.00. We vertrekken uiteindelijk om 15.15 uit Skagen. De wind staat nog best westelijk, maar we zeilen prachtig noord Skagerrak, richting het punt waar de Deense, Noorse en Zwwedse wateren bij elkaar komen. De beloofde windstilte met de daaropvolgende oostenwind laat nog even op zich wachten, maar uiteindelijk kunnen we na een aantal uren moteren ook weer zeilen.
 


Noorwegen

2 juli. De Noorse kust komt om 7 uur in zicht en we zetten koers richting Farsund. In het 2e deel van de middag trekt de wind behoorlijk aan, zodat we om 17.00 voor de voor ons bekende wal in Farsund liggen. Na een “veilig aangekomen” borrel zak ik behoorlijk in elkaar. Een nachtje met weinig slaap (1 uurtje echte slaap) heeft toch wel invloed. Om 23 uur kan ik de wereldomroep ontvangen en hoor dat Ingrid Betangcourt bevrijd is uit de handen van de Farc. Super!
Ik val met de radio aan in slaap.

3 juli. De wind is zuidoost dus we besluiten maar gelijk door te gaan naar Egersund. De beloofde 20 tot 25 knopen trekken bij Lista en het Listafjord aan tot regelmatig vlagen boven de 30 – 35 knopen. Het maximum is een vlaag van 40, dus eind 8. De golven zijn redelijk, maar een tijdje best hoog, zodat we op de hand gaan sturen. “Voor de wind is elk een hardrijder”is een Fries spreekwoord. Nu, voor de wind gaat het maximum naar ruim 10 knopen. 42 mijl in 6,5 uur. In Egersund is het feest. Een grote tent met aardige muziek trekt nogal wat volk. We maken een wandeling en maken een praatje met een bemanningslid van de reddingsboot. Hij is van mening dat de meeste Noren die een zeilboot hebben niet kunnen zeilen, maar hun boot als motorboot gebruiken. Wij zouden het niet durven zeggen.
 


4 juli. We vertekken uit Egersund met volledig ander weer dan gisteren. Zon en weinig wind. We proberen eerst met grootzeil en fok, later de genaker en nogweer later draait de wind en gaat het grootzeil en genua er weer op. Vlak voor ons is een boot bezig met dezelfde toeren uit te halen om toch nog wat wind te vangen. Toch een Noor die van zeilen houdt? Wanneer we dichterbij komen zien we het rood-wit-blauw wapperen. Het blijken dezelfde mensen te zijn die we eerder in Denemarken in ÅrØsund zij n tegengekomen. In Tananger liggen we naast elkaar en wisselen we onder genot van een borrel onze ervaringen uit. (We zullen ze later in Farsund nog een keertje zien)

5 juli. Het zou niet moeten waaien volgens de berichten, maar het lijkt toch wel te gaan. We vertrekken richting Haugesund en zeilen met prachtig weer tussen de eilanden door. We willen niet door naar Haugesund, want dat zal wel een drukte van belang zijn met Noren die het weekend willen vieren. We besluiten te stoppen in Kopervik. Wanneer we bakboord uitgaan, achter een Noors schip, lijkt hij een klein haventje in te gaan. Nieuwschierig als we zijn, besluiten we ook een kijkje te nemen achter een klein dijkje. Onze Noorse voorganger staat lachend op de kant en heet ons welkom in zijn achtertuin en aan zijn prive steiger. Een prachtige plek en aardige mensen. Later staan we zeker tot bijna middernacht te praten over de verschillen en de overeenkomsten van de Noorse en Nederlandse cultuur. Met mooi weer blijft het tot 24.00 licht, zodat je niet in de gaten hebt hoe laat het is.

6 juli. We vertrekken richting Langevag, waar we met een rustig windje achter om 15.00 aan komen. We maken een wandeling van zeker 2 uur. Helaas is de zon vandaag bijna niet te zien, maar de temperatuur laat toch nog een korte broek toe. De volgende morgen kan ik nog een mooie plank hout op de kop tikken om een lichtweerwindvaan voor onze Aries van te maken.

 

7 juli. Vanuit Lagevag vertrekken we richting Fitjar. We kunnen gelukkig een groot deel zeilen en doorkruisen weer de prachtige rotsige omgeving van Fitjar. Wat een haven. De steiger van vorig jaar is uitgebreid en ligt vol motorboten met 2 zeilboten. Gratis liggen en douchen. We genieten van een prachtige zonsondergang, die de lucht in vuur en vlam zet.
 


8 juli. Richting Bergen. We willen naar de haven, vanwaaruit de zeilrace Bergen-lerwick-Bergen georgaaniseerd wordt op Askoy. Via internet denken we het gevonden te hebben. We varen een inham in en vinden een aardige natuurhaven, waar al meerdere motorboten liggen. Ze zitten natuurlijk te eten aan campingtafels en kinderen drentelen overal rond. Na en uurtje zakt het water toch wel erg, waarna we besluiten te vertekken. We liggen al aardig op onze kiel. Direct om de hoek vinden we een prachtige plek aan de rots. Een prachtig meertje met geen enkele boot in ons uitzicht. In 10 minuten lopen we naar de van te voren beoogde jachthaven. Een dooie boel, maar duidelijk een zeilershaven. Een boel optimisten, waarvan de zeilen in een loods op een stelling staan, klaar voor gebruik.
 


9 juli. We gaan weer noord, want het Sognefjord blijft ons doel. Na 2 uur met de motor aan, kunnen we zeilen. We kruisen een paar uur tegen de wind in, en naderen het eiland Fedje. Uiteindelijk leggen we aan in Byrkenes. Ze hebben een gastenhaven, waar we net langs een steiger kunnen liggen. Een Noorse zeilboot vaart even later de haven in, en is niet in staat de enige box van formaat in te varen. Dan maar naast ons, maar dat heeft ook nogal wat voeten in de aarde. De man aan boord zeilt nog niet heel lang en de rest van de bemanning(vrouw en drie kinderen) kan al helemaal niets.

10 juli. We willen diesel halen in Eivindvik en daar blijven liggen. Ik ben best moe en wil graag wat rust. Het kleine gastensteigertje ligt vol noorse dagbootjes, maar we kunnen gelukkig diesel tanken. Dan maar door richting Leirvik in het Sognefjord. Aan de kop van de stiger is nog net ruimte en we besluiten de avond met een wandeling bergopwaarts. We kunnen uit de nieuwe pilot van Imray enkele bladzijden kopieren, dat we lenen van de “Jan van Gent” Een Duits jacht, wat in Lauwersoog zijn thuishaven heeft. Ze spreken trouwens prima nederlands.


11 juli. Het is behoorlijk bewolkt en er is helemaal geen wind. We trekken verder het Sognefjord door. Voor ons verschijnen hele smerige regenbuien en soms is het zicht door de regen helemaal weg. Het ankerplekje, dat we hadden uitgezocht laten we rechts liggen en we besluiten door te varen naar Vik. Daar vinden we de enigste gastenplaats, met zowaar stroom. Vik is een redelijke plaats, met jawel een bus van “de Jong Intratours” en meerdere Nederlandse auto’s.
Morgen blijven we liggen.



12 juli. We gaan naar de Jostedalgletscher. Met de fastferry en bus. Dat scheelt een boel varen. Met de kleine ferry naar Balestrand, dan overstappen op een ferry naar Fjaerland en dan met de bus richting gletscher. Bij de bustrip zit een behoorlijk lange stop bij het Gletschermuseum. Het lijkt ons niks, maar we besluiten toch het museum in te gaan. We zien een prachtige film, gemaakt met een helikopter over de gletscher. verder een tentoonstelling over ijs en het milieu. Ook hier is Global Warning een hot item. Op de terugweg amuseren we ons met een Italiaanse bus, die bijna niet van de ferry afkan komen. We hebben wat vertraging, en daarom zet onze boot duidelijk de gashandel iets verder open om op tijd in Balestrand te zijn. Alle ferry’s sluiten op elkaar en de bussen en treinen aan, zodat je door het hele gebied verscheidene rondritten en vaarten kan maken.

13 juli. We maken eerst maar eens schoon schip en varen daarna richting Flåm. Zo’n 32 mijl verder. In het begin kunnen we nog even zeilen, maar later wordt het weer de motor die het werk doet. We zien de hele dag weer geen enkele boot, tot op het laatste moment. 5 – 6 rond vaartboten en ferry’s. We komen aan in een hele smerige regenbui en leggen de boot snel vast. Later zien we een betere plek aan een steiger en jawel met stoom. Morgen verse opgebakken broodjes!

14 juli. We besluiten het touristische treintje maar zonder ons heen-en-weer te laten gaan. Het uitzicht is vandaag erg beperkt en 20 tunnels alleen op een enkele reis is best wel veel. En dan nog weer terug. Ook weer 20 tunnels en dat alles voor 50 eurocent per kilometer. We vertrekken richting Narrowfjord, met aan het eind Gudvangen. Je moet daar, volgens de folders echt geweest zijn. Nou, we zijn er geweest en ook daar regende het. Ook een aanlegplaats voor plezierjachten is niet te vinden, dus klandestien aan een steigertje gelegen. “s Avonds een wandeling gemaakt naar een mooie waterfall. Er zijn er hier genoeg. Alleen al uit de boot zien we een stuk of 4 recht naar beneden vallen.

15 juli. We willen naar Balestrand. Een plaats, die ik meer dan 30 jaar geleden al eens heb bezocht. Het lijkt weer een natte en windloze dag te worden, terwijl het op zee toch behoorlijk waait. Wanneer we het “hoofdfjord”bereiken, heisen we de zeilen. Al gauw blijkt de wind te wisselvallig, variatie tussen 14 en 33 knopen en elk moment van een andere kant. We besluiten als ingeburgerde Noren gewoon op de motor door te zetten. In Balestrand vinden we gelukkig een plek en in de avond kunnen we weer email ontvangen.


Pieter ontvangt een email, die ons erg doet schrikken. De voorzitter van de IJCE hardrijschaatsclub  en tevens lid van  mijn schaatstrainingsgroep Wim Findhammer is op het IJsselmeer overboord gevallen en niet teruggevonden. Het is een  tragisch ongeval en we zijn er beiden erg van onder de indruk. Ik bel gelijk naar Nederland om meer informatie, maar natuurlijk is dat moeilijk. We besluiten een stuk te gaan lopen en kijken in een hotel op de KNRM site of we iets kunnen vinden. Het is op 10 juli gebeurd en nu, na 5 dagen geen nieuws. Vreselijk! We realiseren ons des te meer, dat ook deze hobby levensgevaarlijke kanten heeft. het water is maar ongeveer 10 graden en wanneer je hier overboord valt, leeft je hooguit nog zo’n 3 minuten. Wim wordt ruim een week later in een ntuurgebied bij Makkum terug gevonden.

                                                 
 

16 juli. We heben gisteren besloten vandaag te blijven liggen. Na het vreselijke bericht van gisteren hebben we even een "time out". We lopen in de regen een groot gedeelte van een natuurtrail. Best steil en glad, maar we komen veilig weer terug bij de Annies.

17 juli. Ik wil iets opbergen onder de vlonder, maar daar blijkt wat water te staan. Even proeven geeft aan dat het zoet is, dus niet van buiten afkomstig. Pieter gaat op zoek en ons drukvat van de waterpomp blijkt te lekken. Eerst proberen te repareren, lijkt het devies. We varen in de regen richting Leirvik, west in de Sognefjord. Ik maak onderweg de boot van binnen wat schoner. Vegen, wc schoonmaken etc. De hele dag regen en buien. De buien geven prachtige foto’s, maar we zitten om de zon te springen.

18 juli. Richting oost kijkend zien we hetzelfde beeld als gisteren. Buien. Richting west zijn grote opklaringen te zien boven de zee. We varen door een prachtig gebied, maar er is nog steeds geen wind. We motoren door een prachtig smal Lurefjord fjord richting zuid en blijven in Feste overnachten.

19 juli. Via de Radfjorden komen we tenslotte richting Bergen. Vlak voor Bergen zien we een aandige haven in een inham. We draaien rechtom en komen in een jachthaven in Eidsvag. We zijn welkom en kunnen gratis blijven liggen. We ontdekken een prachtig pad dat richting Bergen gaat. Dat doen we morgen. Zoals gewoonlijk is er weer een grote supermarkt in de buurt.

20 juli. Zondag. Het pad is allesbehalve verlaten. Veel Noorse wandelaars en mountainbikers komen we tegen. Na ruim anderhalf uur komen we in Bergen. Het ziet er nog net zo druk uit als vorig jaar. Via internet hebben we een dealer van plastimo gevonden en op de terugweg vinden we zowaar de winkel. Natuurlijk gesloten op zondag, maar we zien een plekje bij de buren waar we morgen even kunnen aanleggen.

21 juli. Richting Bergen, waar we een nieuw drukvat op de kop tikken. Het is mooi weer en we liggen op hetzelfde plekje vooraan als vorig jaar. We genieten van een gezellige drukte. De weerbeelden op internet geven een hogedrukgebied aan wat zich ontwikkeld richting Noorwegen. We besluiten definitief niet over te steken naar de Shetlands en Engeland, maar hopen dat we wat mooi weer kunnen meepikken in Noorwegen.

22 juli. We gaar langzaam richting zuid en halen bij Hjellestad Marina onze plastic beker 2008. We maken een mooie wandeling, maar zijn wat voorzichtig. pieters been is al een aantal weken wat gezwollen, na een stuikelpartij. ’s Avonds toch weer regen en Pieter is gelukkig in staat ons nieuwe drukvat te installeren.

23 juli. We varen naar de Gjestehaven van Vage. Een klein dorpje. Mooi weer en we maken een kleine wandeling.

24 juli. We gaan via de nauwe doorgang richting Hadangerfjord. Van de wind snap ik niets meer. Eerst mee en na de nauwe doorgang is hij ineens de andere kant heen gedraaid. Dat zulen we nog vaak tegenkomen. We vinden een prachtig plekje in een natuurlijke haven, een kommetje, beschermd door een rots voor de ingang. Het water is 17 graden en ik besluit te gaan zwemmen. Frisjes, dat wel. Pieter vraagt of er nog wat in de schroef zit en ik besluit het te controleren. Met mijn tenen onder de boot kan ik er net bij. En.. voel ook wat touw. Het duurt een behoorlijkr tijd voordat ik het er uit heb. Met een mes aan een stok gebonden kan ik het laatste stuk eruit krijgen. Ondertussen ben ik behoorlijk afgekoeld. Een borrel warmt me weer op, maar het duurt toch nog wel de hele avond voordat ik weer warm ben. We roeien met de bijboot naar het anker baaitje naast ons en een Noors echtpaar wat daat voor anker ligt, inviteert ons aan boord. Ze geven ons advies en vertellen over mooie plekjes. De noren zijn erg bereid hun ervaringen met je te delen.

25 juli. Op naar Rosendahl. We gaan aan een hekanker naar de kant. Dit is weer de eerste keer dit jaar. Voor ons een avontuur, voor de noordelijke watersporters een gewoonte. Ze hebben achter veelal een lier, waarmee ze hun hekanker kunnen bedienen.

26 juli. Vandaag door naar Sundall. We willen morgen naar de gletscher wandelen. Ook hier weer soms de wind over bakboord, terwijl hij het volgende moment over stuurboord binnen valt. We leggen de boot nog even stil om te gaan zwemmen. Het water is zowaar 18 graden.

27 juli. We lopen 3 uur naar de gletscher in zijn in 2 uur terug. We zijn bijtijds aan de wandel gegaan en wanneer we terugkomen is het al best heet. We varen rischting Uskedalen, waar we willen tanken. We denken erover om alsnogrichting Schotland te gaan, maar aarzelen. De barometer geeft hier nog boven de 1020 aan en in Schotland zo’n 10 Hp minder. Met regen. We besluiten na d eweersvoorspelling het niet te doen. We komen op de internetpagina van Uskedalen te staan als de eerste Nederlanders die daar dit jaar komen. We zien inderdaad weinig Nederlanders in Noorwegen.

28 juli. In plaats van richting Schotland, gaan we voor anker in een prachtig klein inhammetje. Lekker zwemmen en een boek lezen. Prachtig weer, net vakantie.

29 juli. Naar Langevag.

30 juli. We varen naar Haugesund. We kunnen zowaar zeilen, maar er komt een donkere lucht aan. Ik stel voor een 1e en 2e rif te leggen en al snel neemt de wind toe. Het regent wel wat, maar de bui valt gelukkig mee. Eventjes 30 knopen op de windmeter, maar daarna weer een stuk minder. De ingerolde fok kan al snel weer helemaal uit.

31 juli. Pieter wil de Prekestole nu wel eens van boven bekijken. Dat betekend 8 uur motor aan. We proberen het nog even met de genaker, maar die wil zelfs niet meer omhoog. Wanneer we om 18.00 bij Jorpeland aanleggen, krijgen we het advies vanavond nog de Perkestole te beklimmen. Minder druk en niet zo heet. We nemen een taxi naar het beginpunt, want een bus rijdt niet meer. In anderhalf uur gaan we in een redelijke vaart naar boven. Best zwaar, met grote stenen en veer steigen.
Boven zien we ergens een gezin met 4 kinderen. De kleinste hangt bij vader voor de buik, verder eentje van ongeveer 3 jaar, eentje van 4 jaar en dan nog ongeveer 5,6 en 8. Hoe zijn die in hemelsnaam bovengekomen. De stappen zijn vaak groter dan de kleinste kinderen groot zijn. Ik denk dat we op de terugweg nog wel zullen achterhalen.
Boven aangekomen is het rustig. Totaal zo’n 10 mensen genieten van het fantastiche uitzicht over het Lysefjord.
We blijven een half uurtje genieten, maar moeten om 21 uur toch echt terug om voor donker beneden te zijn. Bijna beneden komen we het gezin achterop. Vader met de baby voor de buik, twee kleintjes aan elke hand een. Moeder blijft flink achter, bijgestaan door de oudste zoon van ongeveer 8 0f 9 jaar. Gekkenwerk. Om half elf zijn we beneden, waar we de taxi bellen om ons op te halen. wachtend op de taxi wordt ik opgevreten door de muggen.
Nadat we weer bij de Annies zijn, duiken we beiden eerst het water in om alle aangedroogde zweetdruppels te verwijderen. Onze twee literfles dient als douche met schoon zoet naspoelwater. Dan nog een flinke borrel en pitten.

1 aug. Vanuit mijn bed heb ik uitzicht op de fok. Ik zie iets ongewoons en vraag Pieter om de verrekijker. Het lijkt een scheurtje og een losse naad. Na het ontbijt rollen we de fok uit en laten we hem zakken. Inderdaad is ter hoogte van de zaling een naad los. Pieter heeft de hele dag nodig om het te repareren. Ik spoel de kuip, doe een was en haal boodschappen. Vandaag is de laatste dag mooi weer. Inderdaad is het vanavond gaan regenen.
De fok is weer omhoog en eerst maar weer eens kijken of we internet hebben.

2 aug. In Stavanger moet ik op jacht naar anti-kriebelspul tegen de muggenbeten. Het blijken er wel 40 te zijn en ik reageer en behoorlijk allergisch op. Het spul dat ik aan boord heb werkt niet zo goed op Noorse muggen. Bij de apotheek kunnen we wat krijgen, maar of het werkt?

3 aug. Door naar Tananger. We wachten de ergste buien af, maar toch krijgt een bui ons aardig te pakken. Pieter mag deze keer nat worden en ternauwernood een aanvaring voorkomen met een sleper die een duwbak naast zich heeft. Hij vaart bijna langs ons en veranderd dan plots van koers. Pieter moet zeker 90 graden van koers veranderen om achter hem langs te gaan. Lekker onder de douche gegaan en met Sjoerd gemsn-ed en met Femke even gebeld. Ze vertrekt de 17e naar Canada om daar aan boord te gaan van de Discovery, het Engelse onderzoeksschip. Dit keer niet de Pelagia, die vaart vandaag tussen de Orkney’s en de Shetland Ilands door. Je kan dat mooi zien op internet.

4 aug. Het stuk Tananger naar Egersund is zo’n 40 mijl. We vertrekken op de motor, maar na 2 uurtjes kan er toch een zeiltje bij. Even voor 17.00 leggen we aan in Egersund. De supermarkten zijn gelukkig ook in Noorwegen tot 20 uur of 22 uur geopend, dus ik kan nog even winkelen.

5 aug. Om 8.50 varen we uit met NW wind kracht 3. Ook dit stuk is ruim 40 mijl, maar om 16.00 zijn we in Farsund, waar we eerst diesel tanken.

6 aug. we vertrekken om 12.20 uit Farsund met OZO 4. Het begin lijkt aardig, maar al gauw zitten we in een bui met varierend 15 tot 30 knopen. Ineens komt de wind van de anderen kant binnen en het lijkt onbegonnen werk om dit door te zetten richting Tyboron. Niet alleen de wind trekt behoorlijk aan, maar alles moet zeer gecontroleerd en geconcebtreerd gebeuren. We besluiten om te keren. Om 16.00 liggen weer op ons oude plekje na zo’n 18 mijl varen. We zijn moe!

7 aug. We besluiten richting Mandal te gaan. Vandaaruit hebben we nog alle opties open en door te gaan richting Skagen of Tyboron. We moteren en zeilen afwisselend en lopen Mandal binnen. Het is kermis en een gezellige drukte.

8 aug. We vertrekken om 6.30 uit Mandal richting Skagen. De zee is erg hobbelig, maar de zon schijnt. Er is weinig wind en we zetten flink door. Om 03.00 9 aug. lopen we Skagen binnen. Even slapen.


De Terugreis


9 aug. Door richting zuid. De komende dagen is het erg wisselvallig met heel veel wind. Voor Seaby trekt de wind aan naar W 7 en we besluiten Seaby binnen te lopen. We leggen aan achter de Zeezeilschool uit Scheveningen. Het wordt moeilijk om terug te komen, zoals we willen. De depressies vliegen over de noordzee en er staat steeds 20 – 25 knopen met een vervelende golfslag.

10 aug. We starten met 3e rif en highaspect. Het 3e rif moet eruit en we proberen een slag in zee te maken. De golven zijn erg hoog en ik kan geen hoogte maken. Een slag terug naar de kant geeft zekerheid. ¾ mijl opgeschoten in 1 uur. We besluiten maar weer de moror aan te zetten en komen om 15.30 in Hals. Ik duik gelijk mijn bed in, want al de hele dag heb ik wat last van buikpijn. Slapen helpt en het wordt gelukkig minder.

11 aug. We zijn volledig gestoord, maar besluiten toch weer richting Tyboron te gaan. Achter Denemarken langs met veel wind helpt ook niet. We gaan in de middag we en leggen de eerste 25 mijl door de Lymfjorden af richting Gjol. Het laatste stukje naar Gjol is op Ijsselmeerdiepte, dus maximaal 3 meter. De Noorse zeilers zouden hier beslist niet durven varen. Die zijn zo’n 100 tot 1000 meter gewend.

12 aug. We gaan met weinig wind achter snel door richting “zo ver mogelijk”! Morgen weer veel wind tegen. Zo nu en dan regeld het vreselijk. We kunnen echt geen 100 meter vooruit kijken, maar het zijn buien. Om beurten vangen we een bui op en de Annies puft rustig door. Zij is water gewent, wij niet! Het is soms zo rustig, dat ik het aandurf om dit dagboek al varend bij te werken. Als ik het nu niet doe, komt er niets meer van. We schieten al aardig op en over een half uur hopen we de laatste brug in het Lymfjord te pakken. We kunnen dan zo tegen acht uur in Lemvig zijn, waar we een rustdag plannen.
Het lukt prima. Voor de brug ligt een boot al een tijdje te wachten en terwijl wij aankomen varen gaan de seinen op dubbelrood knipperen. Dat wil hier zeggen, brug wordt klaar gemaakt voor schepen vanuit oostelijke richting. 2 rode lichten is doorvaren. Vanuit de westelijke richting krijg je 3 rode lichten te zien, wanneer je erdoor mag.
Om 19.30 varen we Lemvig binnen. Morgen lekker rustig winkeltjes kijken, boodschappen doen en weerberichten vangen.

13 aug. Lemvig is gezellig druk. Ik klets een half uur in een 2e hands winkel en we kijken verder lekker rond.
De weer-en-wind voorspelling geeft nog steeds aan dat we vrijdagmorgen weg kunnen uit Tyboron. Dat wordt dus boodschappen doen voor de terugreis. We hebben verder alles aan boord. We tanken onze diesel helemaal vol en ook de watertank gaat vol. (Op de terugreis vind ik dat eigenlijk erg stom. Zoveel water van Denemarken richting Nederland sjouwen.) Je weet echter nooit waar je uiteindelijk terecht komt en wanneer je weer kan tanken.

14 aug. Met een flinke wind richting Tyboron. Ruim 30 knopen en dan niet een vlaag. Nou, dat moet morgen wel een stukje rustiger worden, wil ik de zee opgaan. In Tyboron liggen reeds zo’n 10 schepen te wachten op een weergaatje. Iedereen gokt erop dat het morgenochtend inderdaad rustig weer is, al zullen de golven nog wel flink doorstaan. We maken een wandeling naar het strand, waar de golven behoorlijk oplopen. Het strand in Tyboron is erg stei, dus je kan vlak bij de hoge golven komen.

15 aug. Vrijdag. De eersten vertrekken al rond 5 uur, en wijzelf vertrekken tegen 7 uur. Het valt erg mee, wel wat golven natuurlijk bij de uitgang, maar dat zij we wel gewend. Opeens zie ik nattigheid in de boot. ik kijk vlug rond en zie dat het via het voorluik komt. Het is door mij blijkbaar niet helemaal goed gesloten. Dus eerst dweilen en alle natte spullen weghalen. Het is mijn eigen bed, dus eigen schuld. Mijn slaapzak is gelukkig nog droog. We besluiten de motor aan te houden, de wind is 10 knopen, zodat we op kunnen schieten richting ½De eerste nacht slaap ik natuurlijk weer helemaal niet, maar Pieter en ik rusten toch om beurten. We moeten nog een paar mijltjes. Er is redelijk wat scheepvaart, maar we hebben er (op eentje na) geen last van. Ze varen rustig achter, voor of naast ons. Een gedeelte van de tijd zien we zelfs toplichtjes van enkele schepen die ook uit Tyboron vertrokken zijn. We kennen ze niet, dus er is ook geen communicatie.

16 aug. Zaterdag. De wachten rijgen zich aaneen en we merken wel, dat we dit al vaker gedaan hebben. Wachten draaien, logboek bijhouden, weerberichtje opvangen en gewoon genieten van de zonsondergang en opgang. Je merkt al goed dat het later in het seizoen is. Vannacht was er een maansverduistering. Ik had twee dagen geleden iets op de radio gehoord, maar wist niet dat het vannacht zou zijn. Natuurlijk op zee prima te zien. Wel wat bewolking, maar verder eerste rang. We schieten behoorlijk op en besluiten richting Ijsselmeer te gaan. Het is altijd weer fijn om de eerste tekenen van leven via de Nederlandse kustwacht te horen. Na enkele uren komt ook de Brandaris door en zien we na de shippinglane ook het licht van de Brandaris. De wind is ineens behoorlijk aangehaald en ik wil graag een rif. Het is pikkedonker en we gaan mij iets te hard. We zetten gelijk een tweede rif en gaan richting Vlieland.

17 aug. zondag. Om 3 uur lopen we Vlieland binnen via het Stortemelk en om 4 uur liggen we in ons nest. Vanwege het mooie weer is de nieuwe haven stampvol. We zoeken een plekje tegen een grote boot en meren de Annies heel zachtjes af, zetten de wekker om 07.00 uur, want om 8 uur met tij mee willen we weer vertrekken.
We hadden ’s nacht met wind en stroom tegen misschien Harlingen kunnen halen, maar waren richting Kornwerderzand vastgelopen. Even wachten op Vlieland is dus de enige optie.

Om kwart voor acht vertrekken we en krijgen buiten de haven de havenmeester achter ons aan. niet betaald!
Na enige uitleg over 3 uurtjes slapen is het geen probleem. Wel hadden we even een berichtje in een brievenbus moeten stoppen. Na 3 dagen en 2½ nacht zijn we best brak en we zijn niet eens op de kant geweest. Midden in de nacht anderen wakker maken, door over hun boot heen te lopen, lijkt mij ook niet gewenst. En waar het havenkantoor is, weet ik nog niet. Volgende keer echt maar eens echt weer naar Vlieland.

De sluis in Kornwerderzand ligt propvol, maar mer enig geschuif lukt het toch maar weer om aan de andere kant te komen. De Annies voelt na 2 maanden weer zoet water om zicht heen. We zeilen richting zuid, richting Enkhuizen, waar we ’s avonds om 18.00 verwelkomd worden door de wedstrijdcommissie van de KNZ&RV die boven op de White Lady zit uit te rusten van de Flevo race. Ook Michel Pauli, die we vorig jaar op de Orkney’s ontmoette, was weer terug van zijn bijzondere reis om te Atlantische Oceaan. (Via IJsland en Groenland)
Ons plekje is bezet, maar we vinden een prima plek aan een steiger in de Buyshaven. Thuis!